|
"En vanavond mogen jullie allemaal je schoen zetten!" riep de man met de baard mijn kinderen enthousiast toe vanaf de televisie. Ik kruisde mijn vingers en deed net alsof ik niets gehoord had. 'Taalbarriëre, taalbarriëre, taalbarriëre, ...' mompelde ik als een soort mantra in mijn hoofd. 'Ze zijn Friestalig. Ze verstaan geen biet van wat die man allemaal uitkraamt.'
Toen ik mijn ogen opende om te kijken of mijn wishfull thinking effect had gehad, keken twee paar opengesperde ogen mij aan. Twee monden hingen open. Twee blikken van vol verwachting klopt ons hart. "Wy meie ús skoech sette." zei Oeds-Jan verrast. "Wy meie ús koech sette." papagaaide zijn zus. De taalbarriëre bleek minder groot dan gehoopt. Ze hadden de oude man donders goed begrepen. Ik had niks meer in te brengen, want "It mocht fan Sinteklaas."
Vanochtend draafde Brechtsje rond de tafel zonder broek. Na twee rondjes spoorde ik haar aan om nu toch echt naar de wc te gaan.
"Nee, dêr sit swarte piet!" huilde het meisje. |