geartsje.punt.nl
Laatste artikelen

Trots, als een aap met zeven staarten kwam ze aanlopen. Een klein kippeneitje stevig in haar kleuterknuistjes geklemd. Ze had bij het buurjongetje gespeeld. En samen met de buurvrouw hadden ze eieren geraapt, struiken gesnoeid en de jonge geitjes geaaid. En toen ik haar aan het eind van de middag op kwam halen, mocht ze een kippeneitje mee naar huis nemen. 'Een écht eitje, mem. Zo eentje waar kuikentjes uit kunnen komen.' Want dat had ze aan de buurvrouw gevraagd. Of dit zúlke eitjes waren. De buurvrouw had min of meer bevestigend geantwoord en It Lytse Famke was er heilig van overtuigd dat er uit haar eitje een klein kuikentje ging komen. Ze hield haar eitje goed in de gaten. Niemand hoefde het voor haar vast te houden en het hoefde ook niet alvast in de bakfiets te liggen, want ze wilde er naar kijken. Je wist tenslotte nooit wanneer zo'n eitje uit ging komen. En van die actie wilde It Lytse Famke niets missen. Dus terwijl Mem en de buurvrouw nog stonden te kletsen, klom zij alvast in de bak van de fiets om naar haar eitje te kijken. En terwijl zij daar zo zat, bedacht ze dat ze ook wel alvast kon beginnen met broeden. Ze legde het eitje zachtjes op het bankje en ging vol verwachting er bovenbop zitten.

 

Reacties (3)

Sinds een dikke week woont er een klein motortje in ons huis. Een motortje dat, te pas en te onpas aanslaat met een rollende 'r'. Ze varrieert in toonhoogte en volume, maar begint steeds meer een voorkeur te ontwikkelen voor heel hoog en heel hard. Het lijkt wel of al die 'r-en' die in de afgelopen jaren werden overgeslagen of verbasterd tot een 'l' er achterelkaar uitrollen. Een soort van inhaalslag als het ware. Gisteren huppelde Pjut vrolijk binnen bij de logopediste. Een grijns van oor tot oor en een binnenpretje dat van haar gezicht afstraalde. Al voordat ze haar jas aan de kapstok had gehangen riep ze: "Dag sprrraakjuf!"

Reacties (2)

Eindelijk weer eens een logje. Na meer dan een jaar blies ik het stof van mijn web-log en schreef een stukje over hetzelfde onderwerp als waar ik meer dan een jaar geleden mee eindigde. Het kinderfeestje van Beuker. Nu is het uiteraard niet zo dat er in dat hele jaar verder niets gebeurde. Maar ach, u moet het er maar mee doen.

Beuker wilde een feestje dat het feestje van vorig jaar kon evenaren. Iets technisch leek hem wel wat. Met elektriciteit of zo. Zelf een bestuurbaar autootje bouwen. Of een helicoptertje, dat echt kon vliegen. Nu waren zijn eigen ideeën ietwat te hoog gegrepen, maar een feestje waar je je eigen lampje kon laten branden en waar je zelf een schakelaartje fabriceert voor in je stroomkring, viel ook wel in de smaak.

En zo geschiedde. We maakten een foto waarop Beukers haar alle kanten opstond, als stond hij onder stroom, plakten de gang vol laserstralen, haalden de oude zenuwenspiraal die Lief en ik ooit maakten voor een schoolfeest van zolder en bouwden een opstelling waarbij je met een laserpointer en een paar spiegeltjes een doel moest zien te raken.

Het feest kon beginnen.

 

 

 Tot slot stond de tafel vol met computers, laptops en andere elektronische apparaten die allemaal uitelkaar geschroefd mochten worden. En daar waar bij een ander feestje kinderen naar huis gaan met een keurig zakje met snoep en een speeltje, liepen hier de kinderen met een zak vol computeronderdelen, printplaten en magneten uit luidsprekers naar buiten. En met een doosje met snoertjes, batterij en lampje om thuis ook je eigen licht op te steken.

Reacties (4)

Een voor een druppelden de spionnen gisteren binnen. Een voor een ving spion Beuker, verscholen in de papiercontainer, ze op en controleerde hun wachtwoord. Pas als ze het wachtwoord, dat met ontzichtbare inkt op de uitnodiging geschreven was, konden noemen seinde Beuker met zijn nieuwe walkie talkie naar binnen dat de deur van het slot mocht.

Eenmaal binnen werd er een foto voor hun spionnenpaspoort gemaakt. Een spionnenpaspoort waarin ze gedurende het feestje stempels verzamelden. Een stempel voor de hindernisbaan, een stempel voor de vermommingsrace, een stempel voor de speurtocht waarbij ze vinger- en voetafdrukken volgden tot ze de geldschat gevonden hadden, een stempel voor ieder spel wat gespeeld werd.

Aan het eind van het feest was het raadsel opgelost. De geldschat was terecht en meteen verorberd door de hongerige spionnen. Ook al hadden ze nog maar even daarvoor alle pannenkoeken met geheime boodschappen opgegeten. Maar wat wil je ook, met een geldschat van chocola.

Reacties (13)

Aan de rand van het sportveld stond ik toe te kijken hoe de kinderen van groep 3 t/m 8 elkaar te lijf gingen met sneeuwballen. Blozende wangen, opgewonden gegil, heerlijk eerlijke winterpret. Grote hompen plakkerige sneeuw vlogen door de lucht. De meesten vielen zonder iemand geraakt te hebben op de grond. Een paar raakten rug, schouders, armen of benen en een enkele gelukstreffer belandde in een open kraag en veroorzaakte een ijskoud gegil.

Vanaf het paadje stond ik tussen de struiken te kijken naar de joelende groep kinderen. Daar op het paadje aan de rand van het sportveld waande ik me veilig. Tot er een sneeuwbal tegen mijn knielange winterjas vloog. Vanaf het sportveld straalde een van mijn eigen leerlingen uit groep 5 me uitdagend aan. "Je bent op het sportveld, juf! En dan kún je geraakt worden."

Terwijl ik naar voren stapte, het sportveld op, draaide hij zich om en rende weg. En toen ik een homp sneeuw van de grond raapte om er een sneeuwbal van de maken, werd ik weer geraakt. Ik draaide me om en gooide in een beweging de net gemaakte sneeuwbal tegen haar jas. Dat was het startsein. Want als je de keuze hebt, je gooit op een medeleerling óf je gooit op de juf, is de keuze snel gemaakt. Sneeuw vloog om mijn oren. Koude stukjes sneeuwbal drongen langs mijn sjaal richting mijn nek. Kranig probeerde ik mij te weren, maar tegen zo een grote meerderheid was ik niet opgewassen.

Met vingers als ijsklompjes (want handschoenen had ik natuurlijk niet meegenomen) rende ik naar de sneeuwpopmakers aan de andere kant van het veld. De sneeuwbalgooiers renden mee en sloten zich bij de bouwers aan. Met vereende krachten bouwden we vier manshoge sneeuwpoppen.

En aangezien het mijn verantwoordelijkheid was om aan het einde van de pauze op de bel te drukken, duurde de pauze die dag iets langer dan op andere dagen.

En ook al dreig ik in herhaling te vallen, ik benadruk nog maar eens; ik heb de mooiste baan van de wereld. Want wie doet dat nou? Sneeuwpoppen bouwen in de pauze?

 

Reacties (2)
Ze klampt zich aan mij vast en huilt dikke tranen met tuiten. "Och Wyfke, wat is er dan?" vraag ik, terwijl ik haar optil en knuffel. "Ik moat gûle!" (ik moet huilen) huilt ze als antwoord. Met het wegstrijken van een paar lange lokken uit haar gezicht vraag ik haar hoe het komt dat ze moet huilen. "Ik is ferdrietich" jammert ze.
Over het algemeen valt het met de pijn wel mee als we deze conversatie voeren voor ze to-the-point komt.
Als ik verder vraag blijkt dat ze zich pijn heeft gedaan. Ze is verschrikkelijk verdrietig, het doet geweldig zeer en "Ik moat hiel bot gûle."
Na nog even huilen komt het hoge woord eruit: "Ik wol de styk ha" (ik wil de speen hebben). Ik aai over haar rug en vertel dat ze toch veel te groot voor de 'styk' is. De 'styk' is voor 's nachts. Bovendien moet ze nu even op haar tanden bijten. En dát kan nou eenmaal niet met een 'styk' in je mond.
"Dat kin ik wól!" roept ze uit. Ze bijt haar kiezen stevig op elkaar en toont me haar open beet.
Lees meer...
Het is donderdagochtend en voorzichtig maak ik Pjut wakker. Nog voordat ze haar ogen open doet, vraagt ze slaperig: "Is beppe der?" Als ik bevestigend antwoord, is Pjut meteen klaarwakker.
 
Met het grote Jip-en-Janneke-boek onder haar arm sjouwt It Lytse Famke door de kamer. Het is het oude boek waaruit mijn vaders ons vroeger al voorlas. Het kleine peuterarmpje van It Lytse Famke past bijna niet om het grote boek. Vastbesloten sleept ze het naar Pake en legt het demonstratief op zijn knieën. "Pake foarlêze?" Haar hoofd houdt ze scheef. Vol verwachting kijkt ze pake aan. Om haar punt nóg duidelijker te maken, legt ze haar mollige peuterhandje op Pake's knie.
Tegen zoveel overredingskracht is niemand opgewassen. Zélfs Pake niet. En met liefde gaat hij overstag en leest voor.
Lees meer...   (2 reacties)
Zaterdag
Het bootje schommelt op de golven. Water slaat over de rand als de golven nóg hoger worden. Ze stuwen het bootje voort die wilde golven. Even lijkt het rustiger, maar dan plonst er weer een grote tak vlak achter het bootje in het water. En verder gaat het. Kris kras door de sloot. Van achter, helemaal naar voor.
Beuker laat zich voorzichig langs de wal naar beneden zakken, zet zijn laars een klein stukje in de sloot en vist het stokje uit het water. Samen met Pjut en It Lytse Famke loopt hij naar achter om het bootje weer door de sloot te jagen.
Na een keer of drie heeft It Lytse Famke het wel gezien en laat zich ook langs de wal naar het water zakken. Als Beuker in het water kan staan, kan zij dat toch zeker ook!
Maar Beukers jongenslaarzen zijn aanzienlijk hoger dan de rode peuterlaarsjes van It Lytse Famke en verbijsterd staat ze tot haar knieën in het kleine slootje naast het huis.
 
Zondag
Share photos on twitter with TwitpicWarm ingepakt en op laarzen (leve de houtkachel die de rode peuterlaarsjes droogde) vertrekken we richting het bos. Beuker weet precies waar hij heen wil. Dat stuk waar in de herfst en de winter water staat. Dáár waar je, als je net nieuwe grote-jongens-boerderij-laarzen hebt, doorheen kunt lopen. Waar je kunt kijken hoe waterdicht je laarzen zijn. Waar je zo ver mogelijk kunt lopen zonder natte voeten te krijgen. Of je gaat net te ver. Dat kan er ook.Share photos on twitter with Twitpic In het heerlijke middagzonnetje waden Beuker, Pjut en It Lytse Famke door het water. Ze laten bootjes varen en plukken lange grassprieten waarmee ze door het water vegen.Share photos on twitter with Twitpic En net als ik een foto wil maken (Met de telefoon, want de camera ligt natuurlijk nog thuis), draait It Lytse Famke zich om, stapt achteruit, struikelt over een graspol en valt op haar billen in het water.
Als ik haar er nu naar vraag, vertelt ze enthousiast dat het leuk was. Ze kon heel goed zwemmen en er was óók een haai in het water. Dus wees gerust, ze hield er niets aan over.
Lees meer...
Pjut kan vingerhaken. Dat is groot nieuws. En groot nieuws moet gedeeld worden. Bij voorkeur met Pake en Beppe. En hoewel Pake en Beppe vlakbij wonen, is het natuurlijk veel leuker om dat grote nieuws per telefoon te melden. Dus belde Pjut vanmiddag met Pake om te vertellen dat ze kan vingerhaken.
Als na dat grote nieuws, ik ook nog even met Pake onderhandel over oppasdagen, staat It Lytse Famke aan mijn broekspijp te trekken "Ik ek belje! Ik ek belje!" gilt ze ononderbroken.
Zo veel praatjes als het kind zonder telefoon aan haar oor heeft, zo weinig heeft ze te zeggen als ze Pake daadwerkelijk aan de lijn heeft. It Lytse Famke zwijgt in alle talen. Vanuit de telefoon hoor ik Pake pogingen doen om het kind een reactie te onttlokken, maar hij heeft weinig succes. Tot ik op een gegeven moment een glinstering in haar ogen ontwaar. En vanuit het niets gilt ze "Tikkie, do bist em! (Tikkie, jij bent hem!)" in de telefoon.
Lees meer...
Het begon toen hij begon met lopen. Zelfs toen hij dat aardig onder de knie had, bleven soms de eerste stapjes als die eerste wankele stapjes. Ik stopte het weg. Hij begon pas met lopen, logisch dat hij soms even op gang moest komen.
Toen het bleef, besprak ik het met de arts van het consultatiebureau. Ze bevoelde zijn rug, controleerde zijn heupen, liet hem vanaf de grond opstaan (iets wat hij in de jaren daarna bij iedere deskundige opnieuw moest laten zien). Ze liet hem hinkelen en rennen. Ze zag een ietwat houterig jongetje maar zo op het eerste gezicht geen vreemde dingen.
Bij het laatste bezoek aan het consultatiebureau tilde ik Beuker vanuit de auto in de buggy en liet hem zitten tot hij aan de beurt was en ik de arts kon laten zien wat ik bedoelde. Na het opstaan zette hij wankel de eerste stappen. Stijf. Stram. Weer moest hij op de grond liggen en zonder hulp opstaan. Weer moest hij hinkelen. Weer moest hij rennen. Weer controleerde ze zin heupen en weer bevoelde ze zijn rug. Aan het einde van het bezoek stuurde ze ons door naar de huisarts om een verwijsbrief voor de kinderarts te halen.
De huisarts liet hem rennen, hinkelen en opstaan. Noemde zijn bewegingen wat spastisch en schreef een briefje voor de kinderarts.
De kinderarts liet hem ook weer rennen, opstaan en hinkelen. Ook bij haar haalden we de truck met de buggy uit, omdat die typische opstartproblemen vooral na een periode van rust te zien waren. Ze liet een foto van zijn heupen maken, omdat de problemen alleen in zijn benen leken te zitten. Toen ze een week later belde om haar bevindingen te bespreken, had ze geen idee waar Beukers stijfheid vandaan kwam en stelde ze voor om heteen jaar aan te zien (en te hopen dat hij er vanzelf overheen zou groeien).
Beuker groeide er niet oveheen. De opstartproblemen bleven en een jaar later zaten we weer bij de kinderarts. Zij liet hem wéér rennen, hinkelen en opstaan, maakte wéér foto's van zijn rug en heupen en verwees hem door daar een kinderfysiotherapeut voor een soort van lichamelijke citotoets. Toen ook zíj niet kon zeggen waar de stijfheid vandaan kwam, kwam bij mij de angst pas. Tot die tijd deed ik er wat lacherig over. Ach, het zou wel loslopen. Maar toen de kinderarts, waar we voor de zoveelste keer zaten, begon over spierziekten, een verborgen open ruggetje, neurologische aandoeningen of misschien wel iets in Beukers hersenen, kneep mijn keel dicht. Voor het eerst realiseerde ik me dat het ook iets ernstigs zou kunnen zijn. Dat de opstartproblemen ook een symptoom konden zijn. Een symptoom van iets ergs. Iets engs. Iets verschrikkelijks. En dat enge, verschrikkelijke ergs lag als een steen, zwaar op mijn hart te wegen. De kinderarts verwees Beuker door naar een neuroloog (wéér liggen, opstaan, hinkelen en rennen). Deze man regelde dat Beuker twintig minuten doodstil met zijn hoofd vastgeschroefd in een mri scanner moest liggen. En beuker lág twintig minuten doodstil met zijn hoofd vastgeschroefd. Terwijl ik bij zijn voeten stond en dwangmatig over zijn schenen wreef. De steen duidelijk voelbaar op mijn hart. Daarna verwees de kinderarts ons door naar een revalidatiecentrum naar een revalidatiearts. Zij regelde een sessie met een kinderfysiotherapeut die gespecialiseerd was in allerlei enge spierziekten. Beuker hinkelde, ging liggen, stond op en rende. Ik zat aan de kant. De steen spiegelde mij beelden van kinderen die op hun vijftiende hulpeloos in een rolstoel hingen voor.
Maar niemand, niemand kon ons vertellen wát er nou toch precies scheelde aan ons lieve Beukerke. Niemand wist wat het was en niemand kon die zware steen wegnemen. Tot de revalidatiearts ons inbracht in het specialistenteam van het revalidatiecentrum. En in een volgepropt kamertje, waar Beuker wéér moest ogpstaan, hinkelen en springen kreeg de kinderneuroloog van het team een idee. Vanaf daar ging het snel. De neuroloog regelde een EMG en daarna een chromosomenonderzoek en na slechts een half jaartje wachten hadden we een diagnose. Becker Myotonie. Een niet-progressieve spierziekte. En eindelijk rolde die steen van mijn hart. 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl